Fryslân·Provincie
Het zuivelnoorden met zijn eigen taal: suikerbrood, donkere roggekoek, en drie-in-de-pan.
Friesland
Eén platte ronde van pure boter, suiker en bloem, dicht en taai gebakken tot diep goudbruin. Gebarsten aan de top en nauwelijks gestold in het midden. Fries van hart.
De aloude mageremelkkaas van Friesland doorspekt met kruidnagel en komijn: donker, droog en aromatisch, het meest bezongen wiel van het noordelijke zuivelland.
Frieslands hoge, rijke brood doorspekt met parels suiker die smelten tot zoete karamelholtes. Het wordt dik gesneden en met boter geserveerd bij de koffie.
Frisse karnemelk gebonden met wat bloem en parelgort, gezoet met stroop: de huiselijke alledaagse pap van de Friese zuivelboerderijen.
Het lange, met vruchten volgepakte krentenbrood van het Nederlandse noorden: verrijkt deeg vol geweekte krenten en rozijnen, ooit meterslang naar de kraamvrouw gebracht.
De platte feestkoek van Friesland: een stevige amandel-en-speculaasbodem onder een fel laagje glazuur, gember en glacékersen, in royale vierkanten gesneden.