Gelderland·Provincie
De bossen van de Veluwe en de grote rivieren — wild, moppen, en Arnhemse meisjes vol bros suiker.
Gelderland
De knapperige ovale koekjes van Gelderland — dunne plakjes gegist bladerdeeg, door grove suiker gerold die karamelliseert tot een breekbare, glasachtige korst.
Dieprode Nederlandse stoofperen — harde stoofpeertjes langzaam gesudderd met wijn, kaneel en kruidnagel tot wijndonker en mals, warm bij wild of vlees.
De hartige Nederlandse pannenkoek — gerookt spek in het beslag gebakken tot knapperig, de hele bordgrote koek gegeten met een sliert donkere stroop over het zout.
De wijde, dunne Nederlandse pannenkoek die een heel bord vult — soepel, met kanten randen, zoet met stroop of hartig met spek en kaas. Een maaltijd, geen stapel.
De oude Nederlandse wildstoof — haas gemarineerd in rode wijn en azijn, dan donker gesmoord en gebonden met eigen bloed of een lepel ontbijtkoek.